Loading...

buma bezigt angstretoriek met gammele these huntington


Opinie

Filosoof Hans Achterhuis maakt het zo mogelijk nog bonter dan Sybrand Buma. Gezien de opmars van IS in Irak en Syrië acht Buma (O&D, 28 augustus) het door Huntington geschetste scenario van ‘wereldwijde botsingen tussen verschillende beschavingen, religies en culturen’ uiterst realistisch en actueel. Het zou duidelijk maken dat onze samenleving en waarden – wat dat dan ook moge zijn - lijnrecht tegenover de onvrije en bedreigende islamitische wereld staan – alweer zo’n groteske generalisatie. Achterhuis (O&D, 4 september) verwijt Buma slechts de bedoelingen van Huntington verkeerd te hebben begrepen. Huntington zou vol beschaafde en pacifistische intenties zitten, zo meent Achterhuis. 

In plaats van het toedichten van nobele motieven aan een uiterst gecontesteerde auteur (i.e. Huntington), lijkt het me vele malen zinniger om te wijzen op de gammele fundering van Huntingtons these, de volstrekte ontoepasbaarheid op de casus IS en de manier waarop ze stereotype en discriminerend denken over ‘de’ Islam reproduceert.

Ten eerste, het criterium op basis waarvan Huntington zijn ‘zeven of acht’ – hoezo, of? - verschillende beschavingen onderscheidt is vaag. Betreft het landen (de Japanse beschaving)? Windrichtingen (de Westerse beschaving)? Religies (de Confuciaanse, de Islamitische, de Hindoestaanse en de Slavisch-Orthodoxe)? Of gewoon maar meteen continenten (de Latijns Amerikaanse en Afrikaanse beschaving)? Bovendien, tot welke beschaving behoren bijvoorbeeld het Jodendom en het Boeddhisme, en waarom zijn zij dan geen aparte beschaving? Waarom noemt Huntington ‘onze’ samenleving Westers, en niet bijvoorbeeld Christelijk? Waarom rept hij over de Confuciaanse beschaving en niet de Chinese, terwijl hij wel Japan als aparte beschaving definieert? Een chaotische en arbitraire categorisering al met al.

Ten tweede, de meeste conflicten van na de Koude Oorlog hebben binnen de door Huntington onderscheiden beschavingen plaatsgevonden (zie bijvoorbeeld Noord-Ierland, Rwanda en Joegoslavië). Huntingtons stokpaardje van botsende beschavingen is dus überhaupt feitelijk onjuist. Zo ook met betrekking tot het geweld in Irak en Syrië: zijnde een conflict waarin de alevitische aanhangers van Assad (sjiieten) de soennitische bevolking doden en de soennitische IS de sjiitische ‘ongelovigen’ doodt, vindt het geweld plaats binnen de door Huntington ontwaarde breuklijnen tussen civilisaties – beide islamitische stromingen zouden in Huntingtons vergaarbakje van ‘de Islamitische beschaving’ terecht zijn gekomen. Buma gaat hier aan voorbij.

Ten derde is Buma’s angstretoriek gevaarlijk, omdat ze de onderscheidingen en voorspellingen van Huntington reproduceren – in al hun willekeurigheid en onjuistheid. De strijd tussen de Islamitische en Westerse wereld is losgebarsten, de wereld is dreigender dan gedacht, en wie weet wat voor akeligs er nog volgt, beiert Buma zijn noodklok. In Huntingtons terminologie: het is nu ‘the West versus the rest,’ wijzend naar de ‘bloody borders’ van de Islam. Achterhuis’ woorden ten spijt, geven deze pervers rijmende dan wel allitererende constateringen dus weldegelijk aanleiding om Huntington te zien als conservatieve, Islam-bashende oorlogshitser. Anders dan te proberen Huntingtons reputatie te herstellen, zou Achterhuis beter kunnen proberen Buma’s angstretoriek te ontmaskeren en zijn simplistische wereldbeeld te nuanceren. Door de ongefundeerde definities en categorieën van Huntington te volgen – Achterhuis vindt Buma’s weergave van Huntington ‘niet erg onjuist’ – reproduceert Achterhuis namelijk een wel erg basale kijk op ‘de’ Islam (lees: een club gevaarlijke Arabieren die met hun propaganda van onvrijheid onze wereld in chaos hullen). Bovendien is het buitengewoon etnocentrisch om het conflict in Syrië en Irak direct te transponeren naar het gevaar dat het geweld voor ons en onze westerse waardensysteem vormt, zoals Buma doet. Dit bagatelliseert de gewelddadige praktijk in Syrië en Irak.