Loading...

DE BRITSE IF-CAMPAGNE: ‘PLOUMEN IS NIET ZO’N KAMPIOEN ALS DAVID CAMERON’


interview

Als multinationals niet zo veel landbouwgrond in ontwikkelingslanden zouden roven en gebruiken voor het verbouwen van biobrandstoffen, zou er genoeg te eten zijn voor iedereen. Dat stellen de initiatiefnemers van de grootschalige Britse campagne Enough Food For Everyone IF. Waarom komt zo’n initiatief in Nederland niet van de grond? Tom van der Lee (OxfamNovib) legt het uit.



In Enough Food For Everyone IF werken ruim 150 Britse ontwikkelingsorganisaties samen, waaronder Oxfam, Safe the Children en Christian Aid. Samen met geëngageerde Britten werken ze toe naar 8 juni, wanneer de G8 begint: hét moment om wereldwijde honger op de agenda te zetten, geloven de campagnevoerders. Dit doen ze middels vier thema’s: hulp, land, transparantie en belasting.

IF wil de Britse regering ertoe bewegen om 0.7 procent van het BNP aan ontwikkelingssamenwerking te besteden. Biobrandstoffen targets moeten worden geschrapt en global landgrabbing moet internationaal onder de aandacht worden gebracht. Overheden en grote bedrijven moeten ertoe worden aangespoord transparant te zijn in hoe zij land verkrijgen en hoe hun belastingroutes lopen. Er moet een rapportageplicht komen wat betreft de impact van Westers beleid op milieu, maatschappij en mensenrechten.

 

Waarom komt zoiets in Nederland niet van de grond?

Tom van der Lee – campagnedirecteur van OxfamNovib: ‘Marc Broere schreef eerder op de website van ViceVersa dat Nederland alleen in beweging komt als het om geld gaat. Dat ben ik niet met hem eens. De politieke context in Nederland wijkt totaal af van die in Groot-Brittannië. In Nederland zijn er geen ‘politieke kampioenen’ die het werkterrein van ontwikkelingssamenwerking als speerpunt hebben genomen. Daarnaast is er in Groot-Brittannië een bredere consensus over dit onderwerp. In de continentaal Europa is dat verre van het geval. Terwijl alle eurolanden uitgezonderd Luxemburg bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, heeft de crisis in Groot-Brittannië en Scandinavië veel minder impact op de ontwikkelingsbudgetten gehad. De toezeggingen op hulp zijn daar zelfs verhoogd.’


Groot-Brittannië moet toch ook bezuinigen?

'Ja. Sterker nog, het begrotingstekort is daar twee keer zo groot als hier. Daarom is het ook heel bijzonder dat Groot-Brittannië op dit moment het initiatief neemt tot zo’n campagne. Ze bezuinigen wel, maar op andere thema’s.’


Waar komt die brede consensus voor ontwikkelingshulp daar dan vandaan?

'Groot-Brittannië – met het DIFD (Depertment for International Development) voorop – is assertiever als het gaat om ontwikkelingssamenwerking. Vóór Cameron heeft ook de Labour partij hard getrokken aan het issue. Daarnaast behoort ontwikkelingssamenwerking op scholen tot het verplichte curriculum. De inbedding is daardoor gunstiger, waardoor het makkelijker is om campagne te voeren. En Cameron is daar gevoelig voor: ontwikkelingssamenwerking is zijn speerpunt.’


Hoe komt dat?

‘Daar is een aantal redenen voor te noemen. Om te beginnen dient Cameron de belofte van 0.7 procent uit zijn eigen regeerakkoord na te komen. Niet alleen zijn eigen partij, maar ook Labour en coalitiepartner LibDem zullen over hem heen vallen als hij deze belofte breekt. Wat ook meespeelt, is dat Cameron door Ban Ki-moon benoemd is tot co-voorzitter van het post-2015 panel van de VN. In die hoedanigheid is hij voorvechter van ontwikkeling op een internationaal podium. Hij zal zich dus als zodanig moeten opstellen.’

‘Daarnaast is Camerons focus op ontwikkelingssamenwerking een politiek strategische keuze. Het imago van de conservatieve partij was heel slecht. De taak van Cameron was dan ook, zo werd gezegd, ‘to detoxify the conservative party.’ Hij moest een sociaal gezicht vestigen. Om dit te doen, heeft hij toen het thema ontwikkelingssamenwerking gekozen. Slim, want ontwikkelingssamenwerking is in Groot-Brittannië een sympathiek onderwerp. Er zijn niet veel mensen die aan de urgentie ervan twijfelen. Bovendien kost het vergeleken met andere sociale issues relatief weinig geld. Cameron kan zo relatief goedkoop goede sier maken en het profiel van de partij softer en socialer maken. Hij gebruikt ontwikkelingssamenwerking als vehikel om zich op electoraal gebied als middenpartij te profileren.’

‘Voor Rutte is ontwikkelingssamenwerking juist een makkelijke bezuinigingspost gebleken. Dat zie je aan de hele opstelling van de VVD, die na de bezuinigingsonderhandelingen in het Catshuis nog verder is geradicaliseerd. Opeens kwamen Stef Blok en Ingrid de Caluwé weer met verdere bezuinigingen in de sector.’


Ontbreekt het Nederland aan de ‘politieke kampioenen’ waar u het over heeft?

‘De fractievoorzitters van de grote partijen in Nederland focussen zich op andere thema’s dan ontwikkelingssamenwerking en zijn druk bezig de begroting op orde te krijgen.’


En minister Ploumen?

‘Ploumen is niet zo’n kampioen als David Cameron. Zij is bovendien pas in beeld gekomen toen de beslissingen al waren genomen; ze voert slechts uit. Door keuzes die gemaakt zijn in de formatie, gaat Nederland een andere kant op dan Groot-Brittannië. Bovendien, daar waar Cameron een commitment heeft, heeft Nederland dat niet. Samson zegt dat hij de volgende verkiezingen wel weer de ambitie heeft om naar die 0.7 procent toe te willen groeien. Hij blijft daarop hameren, terwijl dit streven niet terug is te zien in de manier waarop zijn partij op de nota van Ploumen reageert.’

Van der Lee is ook bestuurslid bij Partos, branchevereniging voor internationale samenwerking. Afgelopen jaar was deze vereniging in Nederland initiatiefnemer van de campagne ‘Je krijgt wat je geeft’. Dit was een reactie op de miljarden bezuinigingen in ontwikkelingshulp en een van de weinige campagnes waar alle Nederlandse hulporganisaties zich achter elkaar schaarden. Een van de kritieken op dit initiatief was dat deze campagne een vanuit eigenbelang gemotiveerde zelfverdedigingsactie van Nederlandse NGO’s zou zijn.

”Je krijgt wat je geeft’ is snel in elkaar gezet’, zegt Van der Lee. ‘In korte tijd moest er iets gedaan worden. Enorme bezuinigingen werden aangekondigd. We moesten voor het belang van de hele ontwikkelingssamenwerkingssector opkomen. Toen er nieuwe verkiezingen kwamen, werden de inhoudelijke thema’s als landgrabs meer naar voren geschoven. Maar inderdaad, dat resulteerde niet in zo’n grote publiekscampagne als in Groot-Brittannië. We zijn beducht voor het opzetten van grote massa mediale campagnes in tijden van crisis. Veel heb je tijdens een harde verkiezingsstrijd niet zelf in de hand en voor je het weet slaat het niet aan. De context moet je ook gunstig gezind zijn.’

‘In Nederland is dat lastig. We hebben vijf kabinetten gehad die nog geen twee jaar hebben gezeten. En in het formatieproces hadden we de pech dat de VVD en de PvdA erin slaagden een coalitie te vormen. Als er meer dan twee partijen aan de formatietafel hadden gezeten, was het anders geweest. Dan hadden ze die bezuinigingen er niet zo snel doorheen kunnen jagen.’

Nederlandse NGO’s zijn nogal verdeeld ten aanzien van de regeringsstrategie. Zo lijkt Cordaid pro-Ploumen en OxfamNovib anti-Ploumen te zijn. Weinig bevorderlijk voor grootscheepse campagnes, lijkt me.

‘Dat ben ik niet met je eens. ‘Je krijgt wat je geeft’ werd enorm breed gedragen. En daarnaast is Cordaid weldegelijk ook kritisch op Ploumen, maar kiest deze organisatie qua toon een andere benadering. Dat wil echter niet zeggen dat er geen samenwerking is tussen de verschillende Nederlandse NGO’s: in de hoorzitting in de Tweede Kamer was de kritiek eenduidig.’

‘Anderzijds, het klopt wel dat organisaties moeten kijken waar zij zelf een toekomst zien. In Nederland is er een recessie gaande. Het verwerven van fondsen is lastiger geworden. Organisaties worden gedwongen een bepaalde niche te zoeken en zich daarin te profileren.’


Wat kunnen we verwachten in Nederland?

‘De politiek is onvoorspelbaar. Het is nog maar de vraag of dit kabinet de rit uit zal zitten. Welke kant het opgaat kan ik daarom niet inschatten. Wel voorzie ik een gevaar. De hoeveelheid samenwerkingsverbanden zullen vanwege de bezuinigingen in Nederland afnemen, terwijl de budgeten voor ontwikkelingshulp in Groot-Brittannië groeien. De mogelijkheden om samen op te trekken worden zo aanzienlijk verkleind.’