Loading...

PLOUMEN GEEVALUEERD: VIJF OPVALLENDE POLITIEKE MOMENTEN


journalistiek

Het zomerreces is aangebroken. Ook minister Ploumen mag de Haagse debatten de komende weken achter zich laten. Een loopgravenoorlog was het. De twee kampen, coalitie en oppositie, konden elkaar hoe langer hoe minder vinden. De minister werd er zogezegd ‘kriebelig’ van. Noem het bloopers, noem het uitglijders, noem het incidenten: een top vijf van opvallend en ongelukkig gedrag.

Sjoerdsma en Ploumen: een break-up

De kritiek van de oppositie op Ploumens beleid was verre van mals. De sterkste staaltjes retorica kwamen van Sjoerd Sjoerdsma (D66). En ook non-verbaal maakte hij zijn irritatie duidelijk: meermaals schudde hij tijdens de spreektijd van de minister te getergd zijn hoofd. ‘Meer en meer krijg ik het gevoel in het spiegelpaleis van de minister te zijn beland’, verzucht hij in de tweede termijn van het nota overleg. ‘Een meeslepend verhaal ontbreekt’, verwijt hij de minister.

Het conflict tussen Sjoerdsma en de minister escaleert wanneer hij zegt haar ambitie wat betreft armoedebestrijding niet te vinden stroken met haar acties. Ploumen reageert geëmotioneerd wanneer ze betoogt juist wel in te zetten op de allerarmste landen. ‘Ik zie dat ik een gevoelige snaar heb geraakt’, probeert Sjoerdsma, refererend aan Ploumens al te felle reactie. Ook hij is aangedaan: ‘Het raakt mij dat Nederland als voorloper voor de allerarmsten en stemlozen van het pad dreigt af te raken.’

‘Hier lopen onze wegen uiteen’, reageert de minister met gevoel voor dramatiek. ‘Zij scheiden zich, maar hopelijk komen zij weer bij elkaar.’ Sjoerdsma bekrachtigt echter de breuk: de wegen blijven gescheiden en het ziet er niet naar uit dat ze nog samen zullen komen.

 

De gewezen coherentiekoningin

Hetzelfde kan gezegd worden over de rest van de oppositie. Deze vindt dat de nota ‘Wat de wereld verdient’ op alle essentiële onderdelen nadere uitwerking nodig heeft. Gezamenlijk dienden zij daarom een motie in die uiterst kritisch is op het beleid van de minister. ‘Ze heeft geen samenhangende visie’, vindt Sjoerdsma.

Eerder noemde hij haar nota al een ‘tweekoppig coalitiemonster’ waarvan de gespletenheid belichaamd wordt door het ‘fonds zonder visie’ ofwel ‘wonderfonds.’ Sjoerdsma: ‘De visie van de minister is verscheurd. Het samenvoegen van hulp en handel is ineffectief. Mevrouw Ploumen zou de koningin van de coherentie zijn. Maar de vraag is: is de hofhouding wel op orde? Wanneer komen de impactstudies?’

Jasper van Dijk (SP) kwalificeert de gezamenlijke motie zelfs als ‘motie van afwijzing’. Van Dijk: ‘We zijn niet blij met deze nota. De nadruk ligt teveel op handel en te weinig op hulp.’ Dit geluid heeft hij gedurende de afgelopen maanden meer dan eens laten horen. Tijdens het Algemeen Overleg in mei schamperde hij: ‘Ik mag mevrouw Ploumen graag, maar ze slaat nu helemaal door in handel – de grijsgedraaide plaat van meneer Leegte.’ Het Dutch Good Growth Fund zette Van Dijk weg als ‘onbegrijpelijk fonds met een onbegrijpelijke naam.’

De minister is niet overtuigd van de kritiek van de oppositie. Ze legt de ‘motie van afwijzing’ dan ook naast zich neer. Vooralsnog blijft het daarom gissen naar de concretisering van Ploumens plannen.

 

De barmhartige Samaritaan en andere verhalen

Niet alleen vanuit de confessionele, maar ook vanuit de liberale hoek is de minister de afgelopen weken met Bijbelteksten om de oren geslagen. Tot in den treure. René Leegte (VVD) haalt, na gewaarschuwd te hebben iets spannends te gaan doen, Matteüs vers veertien aan om zijn nachtwakersideaal te verdedigen: ‘Jezus spreekt over de gelijkenis van de talenten, een aansporing om zelf iets van je leven te maken. Ik ben het daarmee eens. Daar moeten wij geen overheid voor nodig hebben.’ Kees van der Staaij (SGP) laat de zaal schateren wanneer hij opmerkt: ‘Als iedereen naar Jezus zou luisteren, hadden we inderdaad geen overheid meer nodig.’

Met een ander Bijbelverhaal – dat van de barmhartige Samaritaan – probeert old boy Leegte wederom grappig te zijn. Geen verhaal kan beter uitleggen ‘waarom we van hulp naar handel zouden moeten’, vindt hij: ‘Niet alleen hield de Samaritaan geld en goed over om weg te kunnen geven, hij had ook geen wereldlijke overheid nodig om hem aan zijn verantwoordelijkheid tegenover de medemens te herinneren.’

Wanneer ook de ChristenUnie en de SGP zich in Bijbelmetaforen verliezen, wordt het al te lollig. Joel Voordewind (ChristenUnie) wijst de heer Leegte op ‘heel veel teksten in het Oude Testament die de regering, de koning in dat geval, vragen om vooral om te zien naar de armen, de weduwen en de wezen. Desgewenst kan ik hem die teksten aanreiken.’ Van der Staaij voegt een nieuwe dimensie toe aan de evangelische escapade door te benadrukken dat de hulpbehoevende man belaagd was door rovers: ‘Als landen zelf de rovers niet goed kunnen aanpakken, moet je ze een handje helpen. Indirect zie ik daar toch ook een pleidooi in voor goede ontwikkelingssamenwerking.’

Terwijl Leegte en Voordewind na-ruziën over de vraag of bovengenoemde parabelen in het Oude dan wel het Nieuwe Testament staan, zegt de minister verheugd te zijn dat haar Bijbelkennis ‘een nieuwe impuls’ heeft gekregen, waarbij ze benadrukt slechts een ‘huis-tuin- en keukenkatholiek’ te zijn. Op het relletje tussen Leegte en Voordewind reageert ze droogjes: ‘Daarom is Bijbelexegese zo prettig en kunnen wij ons daar elke zondag mee bezighouden: er zijn toch altijd weer net wat verschillende interpretaties.’

 

Het Italiaanse pak van de heer Leegte

Ook in de Bangladeshdiscussies hebben de Kamerleden zich laten kennen. Duidelijk worden ze niet allemaal even enthousiast van Ploumens voorzitterschap van het na de Rana Plazaramp opgerichte donorcomité. Nota bene Ploumens coalitiepartner de VVD reageert het felst. Ingrid de Caluwé bestempelt Ploumens initiatief als ‘het afkopen van schuldgevoel’. Haar partijgenoot Leegte schampert: ‘Die ramp is natuurlijk vreselijk. Maar nu is de minister opeens voorzitter van een praatgroepje. Ik vind het raar dat de minister kennelijk wel tijd heeft om met die vakbonden om de tafel te gaan zitten, terwijl ze amper tijd heeft om te praten met de Kamer. Ze zit altijd in het buitenland.’

Sjoerdsma ergert zich aan de opstelling van het liberale koppel: ‘Ik krijg het gevoel dat de VVD hier met twee vertegenwoordigers van handel zit’. Ook Voordewind is naar eigen zeggen ‘de kluts kwijt’. Leegte’s uitspraken vindt hij ‘schaamteloos’: ‘de minister is zo moedig om een controleorgaan op te zetten, en u heeft het over een praatgroepje. Onvoorstelbaar.’ Er klopt volgens hem ‘geen snars’ van deze houding van de VVD. ‘Ik val van mijn stoel!’

Ronduit banaal wordt het wanneer Sjoerdsma aan Leegte vraagt waar hij zijn eigen das, overhemd, jasje, boxershort, sokken en schoenen vandaan heeft, en de VVD-er er nog antwoord op geeft ook – uit een chique plaatselijke winkel of uit Italië. Bram van Ojik (GroenLinks) concludeert: ‘Met zo’n coalitiepartner heb je geen oppositie meer nodig. Ik wens de minister en de coalitie heel veel sterkte.’

 

The times they are a-changin’ en andere trucjes

Wanneer het de minister gedurende de afgelopen maanden al te heet onder de voeten werd, zocht ze haar toevlucht tot verschillende trucjes, waaronder het wegzetten van critici als ouderwets en het zich bedienen van weinig inhoudelijke oneliners.

Neem het narratief van de fundamenteel veranderde wereld: de minister laat geen gelegenheid onbenut om te benadrukken dat we in een ‘nieuwe wereld’ leven met een ‘nieuw armoedepatroon’ en een ‘nieuwe positie van Nederland’. Wie dan geen ‘nieuwe aanpak’ zoekt en ‘nieuwe relaties’ aangaat, is backward, herhaalt de minister waar ze maar kan. In de tweede termijn van het nota overleg citeert ze zelfs Dylan’s ‘The times they are a-changin’’. Een protestminister met grootse doch onbegrepen idealen?

Paul Hoebink, Jan Pronk, Paul Collier, Bram van Ojik – alle vier zijn ze beticht van ouderwetsheid. Van Ojik raakte er flink door ontstemd: ‘Criticasters worden nu neergezet als oude mopperkonten die het ‘nog steeds’ over hulp hebben, alsof je een bejaarde Muppet bent die vanaf het theaterbalkon de zaak becommentarieert. Dat vind ik een hele schadelijke en ongewenste ontwikkeling.’ Het steekt Van Ojik dat de minister, door debatten als passé te bestempelen, de discussie uit de weg gaat.

Dan de oneliners. ‘Ik stuur niet op percentages, bestedingen of specifieke actoren, ik stuur op effectiviteit,’ luidde Ploumens verweer op de SP motie – een motie die gesteund werd door bijna alle oppositieleden (D66, ChristenUnie, SGP en GroenLinks). De balans in Ploumens begroting is zoek, stellen de Kamerleden van deze partijen: het maatschappelijk middenveld wordt gekort met 52 procent, terwijl de uitgaven private sectorontwikkeling met 18 procent stijgen.


Het klinkt natuurlijk pakkend, dat ‘aansturen op effectiviteit.’ Terwijl het, vriendelijk gezegd, slechts een geraffineerde afleidingsmanoeuvre is. Want heeft zij juist niet in de nota voor ieder kanaal een keurig vast bedrag uitgetrokken?