Loading...

SCHIJNWERPERS OP Hans Beerends


interview

De rollen zijn omgedraaid. Waar Hans Beerends (81) normaliter interviewer is in deze rubriek, staat hij nu zelf in het voetlicht. Aanleiding: zijn afgelopen maand verschenen boek Tegen de draad in. Wat drijft deze activist en voortrekker van de derdewereldbeweging?

Tot zijn dertigste was Hans Beerends een braaf jongetje, zegt hij zelf. ‘Mensen aan de top vond ik per definitie integer.’ De Vietnamoorlog deed zijn naïveteit de das om: ‘Ik was geschokt dat de kerkelijke en politieke leiders van toen die napalmacties gewoon accepteerden. Deze mensen zijn fundamenteel onbetrouwbaar, ontdekte ik.’ De rietsuikeractie in ’68 fungeerde als tweede eyeopener. Beerends: ‘Ik realiseerde me dat armoede veroorzaakt wordt door concrete acties van concrete personen. En omgekeerd: dat het tij gekeerd kan worden door evenzo concrete acties van mensen die ongelijkheid niet langer accepteren. Je kan iets doen.’

 

Icoon

Vanuit die wetenschap heeft Beerends zich een half leven lang constructief opgewonden over sociale misstanden. Hij was medeoprichter en coördinator van de landelijke organisatie wereldwinkels, schreef voor het tijdschrift van GroenLinks en publiceerde veelvuldig over de derdewereldbeweging. Bij de presentatie van zijn boek werd hij zelfs aangekondigd als icoon van deze bewustwordingsactivisten. Beerends kan er wel om lachen: 'Ik heb nog even opgezocht wat dat precies is, een icoon. Avant-gardist of gezicht-van betekent het.’ In die laatste kwalificatie kan Beerends zich wel vinden. Met bescheidenheid weliswaar: ‘Als je oud wordt, dan word je natuurlijk vanzelf ergens het gezicht van. En bovendien, ik heb lang niet echt tegen de stroom in hoeven roeien. Protest was in de jaren ’60 tot en met ’80 heel normaal. Je kon meegaan met de flow.’

Met Amsterdam Oud-Zuid als uitvalsbasis, dat dan weer wel. Van buiten kan het herenhuis niet makkelijk gerijmd worden met het leven van deze solidariteitsactivist: een chique laan in een evenzo chique buurt met statige portieken en erkers. Van binnen klopt het plaatje beter. De kleine woonkamer is een beheerste uitdragerij van beeldjes en andere reisrelikwieën. De muren zijn bijna volledig bedekt met kleden, posters, tekeningen van Beerends’ kleinkinderen, aluminiumfolie, een grote foto van zichzelf en een propvolle boekenkast waar wat vergeelde omslagen uit steken –‘uit mijn vaders bibliotheek.’

 

Cultuuroptimist

‘Dat zoekende, dat zat er bij mij altijd wel in’, zegt Beerends, wanneer hij vertelt over zijn drijfveren. ‘Ik probeer vragen te stellen bij ogenschijnlijk onwrikbare aannames.’ Nog steeds: ‘Komende vakantie duik ik maar weer eens in de bieb. Ik wil onderzoeken waar in de geschiedenis processen van vragenstellen tot verandering hebben geleid.’ Beerends nestelt zich in zijn fauteuil en zet uitgebreid zijn voorlopige theorie over de vorming van de publieke opinie, verlicht eigenbelang en antagonistische onderlagen uiteen.

Naast bescheiden toont Beerends zich in zijn dissertatie ook ongebreideld optimistisch: ‘Die processen van verandering lopen altijd door.’ Een volgend intermezzo volgt, waarin hij de oorsprongsgeschiedenis van de mens doorloopt. ‘Je vindt mijn antwoorden lang hè?’, vraagt Beerends genietend. ‘Hoe dan ook, waar het op neer komt, is dat de mens altijd gericht is op overleven. Dat stemt mij hoopvol. Ik ben een cultuuroptimist.’

Zijn optimisme ten spijt, Beerends voelt zich niet helemaal thuis in 2013. ‘Dit is niet de meest plezierige tijd die er is.’ Hij noemt collectieve gevoelens van verongelijktheid, een toename van fraude, neurowetenschappers die de vrije wil ontkennen en neoliberaal denken in termen van winners en losers. Een filosofische escapade volgt, met bijbehorende wederzijdse boekaanbevelingen.

Hij zegt zijn activistische stokje vol vertrouwen over te geven aan ‘de nieuwe generatie’. Beerends: ‘Er zijn veel actieve jonge mensen, vooral vrouwen, die netelige situaties zakelijk kunnen analyseren. Ze geloven in verandering maar weten ook dat hervormingen niet één-twee-drie kunnen plaatsvinden.’ Beerends steekt zijn hand in eigen boezem: ‘Voor ons was alles de schuld van het kapitalisme. We lieten tegenstellingen zien, hielden protestmanifestaties en dat was het dan. Nu worden er bruggen geslagen.’