Loading...

Uitzetten!


Dit artikel is het derde deel van de reeks ‘Migratiemythen.’ In deze reeks worden aannames over migratie zoals verdedigd in een nieuwsbericht getest op empirische dan wel filosofische houdbaarheid.

Iets zó doen dat het de minste inspanning of middelen kost, hoe noemen we dat? Wanneer intimi zulk gedrag bezigen, vinden we dat waarschijnlijk lui of berekenend. Niet in de politiek en het bedrijf, daar heet het: efficiënt. Zeggen dat een willekeurig bestuur of beleid efficiënter moet, is altijd prijs. Het klinkt alsof je een feilloos gevoel voor het goede kan combineren met een slim interventieplan – ook al weet je niet precies wat er misgaat, waarom dat zo is, hoe het beter kan, en waarom dat dan écht beter is.

Vorige week was het de beurt aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. ‘‘Dijkhoff: uitzetten asielzoekers moet efficiënter’, kopte een online stuk van de Volkskrant. De aanleiding van het artikel: een cursus gespreksmethoden die medewerkers van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) volgen om ‘controle en dwang’ uit te oefenen op de uitgeprocedeerde ‘vreemdeling’.

Vooropgesteld, ‘asielzoekers’ als lijdend voorwerp in de kop is hier fout. Je zou het haast vergeten – door berichten vanuit elders in Europa waar geprobeerd wordt vluchtelingen weg te sturen en ’s Hollands ontevredenen die het liefst al het vreemde buiten de deur houden – maar asielzoekers worden natuurlijk niet uitgezet. Uitgeprocedeerde asielzoekers, ja, die worden soms uitgezet. Over deze personen, wiens aanvraag uiteindelijk niet door de IND wordt gehonoreerd, gaat het artikel in de Volkskrant dan ook. Maar dat staat er niet. Toegegeven, in de papieren versie van de krant is een andere (weliswaar evenmin terminologisch subtiele) titel gekozen – ‘Inpraten op illegaal om weg te gaan’ – en de terminologie in de rest van het stuk is wel degelijk correct. Maar probeer potentiële online lezers niet binnen te slepen middels flauwekul. Discussies over migranten lijden al genoeg onder verwarring van categorieën, vertroebeling van begrippen en generalisering van ‘de vreemdeling’ die hier ‘iets’ wil.

Maar dus, het vertrek van uitgeprocedeerde asielzoekers uit Nederland. ‘Het’ moet efficiënter.

Dit onderwerp heeft weinig te maken met de huidige politieke impasse inzake vluchtelingen. Sinds het begin van de jaren 90 is er om de zoveel tijd een debat over het terugkeerbeleid. Bij het ‘strenge en rechtvaardige’ migratiebeleid dat de kabinetten zeggen te voeren, is al vier keer geprobeerd om illegaal verblijf strafbaar te stellen – wat vier keer niet lukte. Ook zijn ongedocumenteerden na de invoering van de Koppelingswet in 1998 uitgesloten van (semi-)publieke diensten, zoals huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs en sociale zekerheid. Deze pogingen om illegaal verblijf moeilijk te maken gingen bovendien altijd gepaard met een politieke retoriek waarin ongedocumenteerden werden neergezet als criminelen, waardoor restrictief beleid de natuurlijke oplossing lijkt.

Het korte berichtje van anderhalve maand geleden dat er ‘flink minder illegalen’ in Nederland zijn dan altijd werd aangenomen, kan niet op tegen de in beleid en taal ingebakken overtuiging dat ongedocumenteerden en masse hun parasitaire levens hier voortzetten. Dus verweeft onze koning de noodzaak van een werkend terugkeerbeleid in zijn troonrede en moeten ambtenaren op communicatiecursus.

Maar als de discussie over het terugkeerbeleid weinig met de huidige komst van vluchtelingen te maken heeft, waarom wordt ze nu dan toch gevoerd? Wellicht dat wordt gehoopt dat het maatschappelijke draagvlak voor de huidige komst van vluchtelingen die wel een status krijgen zo wordt vergroot. Geen zorgen, alleen zij die het écht nodig hebben zullen we opvangen, en over de anderen kunnen we u met grote vreugde mededelen dat we bezig zijn hen te laten vertrekken. Als dit terugkeerbeleid werkt. Maar dat doet het niet.

Allereerst is er een enorme discrepantie tussen de ambities van het kabinet en de lokale resultaten. Er zijn gemeenten die zich simpelweg verzetten tegen nationaal afgedwongen uitzettingen. Het regeringsbeleid ten spijt bieden ze opvang aan uitgeprocedeerden of lobbyen ze bij bewindslieden om iemand te kunnen laten blijven. Geconfronteerd met thuisloze ongedocumenteerden die hulp nodig hebben, zien burgemeesters er geen heil in om deze hulp niet te bieden. Ook in het geval dat de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep over een aantal weken besluiten dat uitgeprocedeerden geen recht hebben op bed-bad-brood, zijn er gemeenten die zeggen door te gaan met dit verzet.

Een deel van de uitgeprocedeerde asielzoekers is de facto namelijk helemaal niet uitzetbaar, al zijn er maar weinig Europese lidstaten die aanvaarden dat dat überhaupt zo is, laat staan dat er Europese wetgeving is die niet-uitzetbaarheid erkent. Niet-uitzetbaar zijn betekent dat iemand niet terug kan naar het land van herkomst, maar tegelijkertijd geen verblijfsvergunning krijgt in het land waar hij of zij verblijft. Voorbeelden van redenen zijn landen van herkomst die niet meewerken aan terugkeer (en bijvoorbeeld geen gedwongen uitzettingen accepteren) of migranten die geen identiteitspapieren hebben (bijvoorbeeld staatlozen). De buitenvergunning die in Nederland in geval van niet-uitzetbaarheid tot een status zou kunnen leiden, vereist bovendien een aangetoonde identiteit en nationaliteit – iets waar het nou net vaak aan ontbreekt.

Bovendien zijn er vluchtelingen die op humanitaire gronden niet terug kunnen. Toch krijgen zij geen vluchtelingenstatus, vanwege de beperkte vluchtelingendefinitie in het Vluchtelingenverdrag van Genève – een definitie die geen bescherming biedt voor mensen die honger leiden, ecologische rampen ontkomen, voor burgeroorlogen vluchten of op onderdrukking anticiperen en daarom vertrekken.

Wanneer er geen werkelijk toegankelijke bescherming wordt geboden aan niet-uitzetbaren als erkende groep, blijft de ambitie van een werkend terugkeerbeleid zichtbaar doodslaan op de lokale praktijk. Ongetwijfeld kost het heel wat ‘inspanning en middelen’ om niet-uitzetbaarheid conceptueel en institutioneel te erkennen. Dan maar niet ‘efficiënt’.